De Blik van Dick

 

Winkel van Sinkel

“Wij leven in het bos, door het bos, met het bos, van het bos.” Dat horen we van iedereen waarmee we in het binnenland contact hebben. Waarschijnlijk zouden ze nog wel meer voorzetsels kunnen opnoemen. “Het bos is voor ons supermarkt, drogist, moestuin, apotheek, bouwmarkt, groenteman, slager en visboer.” Daarom ook zijn de mensen heel erg zuinig op het bos. Er worden alleen kostgrondjes (moestuinen) ingericht als de vorige echt niet meer rendabel zijn; er wordt alleen vlees of vis gevangen voor de dagelijkse behoefte. Het zou in dit klimaat ook niet lang houdbaar blijven zonder diepvries of koelkast.

Tegen iedereen waar we het bos mee ingaan zeggen we dat we niet komen om de vierdaagse te lopen, maar kennis willen maken met alles wat daar leeft en groeit en hoe daarvan gebruik wordt gemaakt. Chapeau, Jozef, Mano, Simon en Reinier laten ons van veel planten en bomen proeven, eraan ruiken, eruit drinken. Ze vertellen enthousiast waar je al die gewassen voor kunt gebruiken. Lianen waarvan je oersterk touw kunt vlechten; andere lianen waarvan je samen met gevlochten palmbladeren een rugzak op maat kunt maken, of een vliegenmepper; nog een soort liaan waar een halve liter water in zit. Bomen die geschikt zijn voor huizenbouw, bomen die je gebruikt om een korjaal van te maken, bomen waarvan de bast een soort tabak levert, bomen die als communicatiemiddel dienen: sla, als je bent verdwaald of in nood bent, met een stok of je houwer op een telefoonboom en kilometers ver kan men je horen.

Er zijn planten die kinine bevatten, betadine, jodium, bloedstelpende middelen, viagra, pijnstillers, middelen tegen koorts. Planten waarvan je pleisters kunt maken, maandverband, wc-papier, handdoekjes of schuurpapier. Bladeren voor verpakkingsmateriaal, dakbedekking, wondafdekking of anti-muggenspul. “Wrijf deze blaadjes fijn,” zegt Jozef, “en smeer je ermee in.” Ik sloeg er wat groenig van uit maar heb twee dagen geen last van insecten op mijn lijf gehad.

Er groeien noten die bakolie leveren, of shampoo, die als specerij dienen of gewoon lekker zijn om op te knabbelen. Kruiderij vind je te kust en te keur, soms herkenbaar als wat je bij ons in potjes kunt kopen, soms in een onverwachte verschijningsvorm. Simon klimt een boom in, hakt er een stukje van af en laat ons ruiken aan het hout. En dan brengen je zintuigen je in de war. Een wel heel bekende geur! Maar wat is het? Knoflook. Onze hersenen associëren knoflook met zo’n witte bol, niet met een stukje hout. En dus herkennen we de geur niet. Waarschijnlijk lukt het geblinddoekt wel om de knoflookgeur te ruiken!

“De natuur heeft alles al uitgevonden ver vóór de mens dat deed,” zegt Mano steeds. Jammer dat al die kennis, deels nog meegenomen uit Afrika, alleen maar in hoofden zit en nooit is opgeschreven. Wantrouwen schijnt daarbij een rol te spelen: als ik opschrijf wat in mijn dorp of mijn familie bekend is, dan kunnen andere families en dorpen dat ook lezen. Nou en? Bovendien: zou niet iedereen vrijwel hetzelfde weten?

Het Bos van Sinkel! Alleen de hoeden en petten en dameskorsetten heb ik er niet gezien. Ongetwijfeld is er materiaal te vinden om ook die te maken.

 

Dick Spijker

www.deblikvandick.nl

www.facebook.com/deblikvandick

Delen...Email this to someoneShare on Google+Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn